Ik drink koffie met een violiste. Zij vertelt me over het gevecht met de viool waarop ze speelt. Ze kreeg het instrument van een sponsor na haar afstuderen. De viool past niet bij haar karakter. De violiste is niet iemand die graag op de voorgrond treedt. Ze speelt graag voor publiek maar hoeft niet in de schijnwerpers te staan. Het gaat haar om de muziek die ze wil overbrengen, wil delen. Haar viool daarentegen trekt graag alle aandacht naar zich toe. Ze moet voortdurend haar best doen om hem te temmen. Als zij wil fluisteren begint hij te schreeuwen. Nuances zijn aan hem niet besteed.

Onlangs was ze bij de vioolbouwer die haar druktemaker onderhoudt. Hij had net een nieuwe viool gebouwd en vroeg haar die uit te proberen. De violiste wist niet wat haar overkwam. Deze viool voelde onmiddellijk vertrouwd aan. Het was of ze kennismaakte met zichzelf. Hij paste precies bij haar, voelde als een verlengstuk van haar ziel. Als ze op de viool speelde was het of ze in de spiegel keek.

Dit was haar viool. Maar violen zijn prijzige instrumenten. Ze kon het zich financieel niet veroorloven de nieuwe viool, haar gevonden ik, aan te schaffen zonder haar druktemaker van de hand te doen. Bovendien had ze ondanks al zijn praatjes in de loop der jaren een band met hem opgebouwd. Dat merkte ze nu pas. En hoe zat het met de sponsor? Het voelde als ondankbaarheid of zelfs verraad zijn genereuze gift af te danken. Bij het accepteren van een gift hoort de belofte daar op gepaste wijze mee om te gaan.

Ik snapte het dilemma. Als de violiste afstand deed van haar oude viool handelde ze in strijd met haar zuivere karakter. Het voelde als ontrouw. Om zichzelf te kunnen vinden moest ze zichzelf verloochenen. Een Gordiaanse knoop.

Alexander de Grote slaagde er niet in om de Gordiaanse knoop te ontwarren. Uiteindelijk pakte hij zijn zwaard en hakte hij de knoop door. Ik raadde de violiste min of meer hetzelfde aan. Pak een hamer uit je schuurtje, leg de druktemaker voor eeuwig het zwijgen op en koop van het verzekeringsgeld jezelf.

Soms moet je in de kunst genadeloos zijn.