Het lopen gaat mijn moeder steeds moeilijker af. Zelfs stok en rollator bieden nog maar beperkt uitkomst.

Ze woont in een afgelegen straat waar het alleen op zondag een drukte van belang is vanwege een nabijgelegen kerk. Er zijn steeds minder vriendinnen die op bezoek kunnen komen en het winkelcentrum ligt eigenlijk te ver weg.

De oplossing: een scootmobiel. Die moest haar een stukje vrijheid teruggeven. Ik had er eerlijk gezegd een hard hoofd in. Niet alleen vanwege de bediening van dat aardse maanvoertuigje, maar ook vanwege het verkeer dat ze onderweg naar bijvoorbeeld het winkelcentrum zou tegenkomen.

Ze zou zo maar een fietser of automobilist over het hoofd kunnen zien.

De verkoper van de scootmobiel raadde eerst een les aan om haar vertrouwd te maken met de bediening. Die had ze verrassend snel onder controle. Voor de zekerheid liep ik toch een stukje met haar mee toen ze de loods uitreed. Ik hield haar schouder vast, ze gaf wat meer gas en ik begreep dat ik me voor niets zorgen had gemaakt

Toen ik haar weg zag rijden, moest ik denken aan de keer dat mijn vader me leerde fietsen. Dat ging er heel wat moeizamer aan toe. Huilend zat ik op mijn fietsje, terwijl mijn vader met me mee rende. Op het moment dat hij me losliet stopte ik met trappen en belandde met een flinke smak op de grond.

Ik had meer lessen nodig dan mijn moeder maar uiteindelijk kwam het toch nog goed. Op mijn fietsje ging ik de wereld ontdekken, zoals mijn moeder op haar scootmobiel dat nu ook weer doet.

Onno