Markt

Op zaterdagmorgen ga ik naar de markt. Mijn vader en grootvader deden dat ook. Ongemerkt ben ik in hun traditie beland. Ik loop in hun voetstappen. Dat heeft iets vertrouwds maar ook onaangenaams, een mens dient zijn eigen weg te gaan.

Op de markt bezoek ik eerst de groenteboer. Meestal word ik geholpen door een jonge vrouw met lang donkerblond haar en donkere kringen onder haar ogen. Ze draagt een oude spijkerbroek en een dikke trui. Ondanks, of misschien wel dankzij, haar vermoeide gezicht heeft ze iets natuurlijks, iets ongerepts. Ik vind haar altijd lijken op de groenten die ze verkoopt. Een aardappel vers uit de klei waar je het liefst rauw in zou willen bijten.

Vervolgens loop ik naar de kraam met fruit. Daar is het hartstikke druk. Alleen naast een oude mevrouw is nog een plekje vrij. Ze kijkt me boos aan als ik mijn boodschappentas op de grond zet. Elke keer als een van de fruitverkopers in de buurt komt steekt ze haar arm op, maar ze wordt voortdurend overgeslagen. Teleurgesteld laat ze haar arm weer zakken.

Uiteindelijk word het me te gortig. Met luide stem verkondig ik dat de mevrouw naast me als volgende aan de beurt is. Ze schenkt me een glimlach die haar twintig jaar jonger maakt. Ik knik tevreden. Mijn vader en grootvader waren trots op me geweest. Zij hadden hetzelfde gedaan.

Onno