Voor een nieuw verhaal zocht ik informatie over straatvrees. In de bibliotheek vond ik een boekje, De drempel. Het lezen ontnam me de adem.

Berry Rijkers, een pasgetrouwde jongeman, staat op een middag in een drukke ruimte, de zon schijnt naar binnen, de temperatuur loopt op. “Het begon met hevige hartkloppingen en transpireren. Mijn hart ging zo tekeer dat ik dacht: ‘ik krijg een hartstilstand’. Ik probeerde het te onderdrukken en niet op te vallen in de menigte. Mijn voeten begonnen te trillen en ook mijn handen. Het werd zwart voor m’n ogen. Ik vluchtte naar de gang, die kon ik nog net halen. Daar moest ik overgeven en zakte badend in het zweet door m’n knieën.”

Een toegesnelde arts diagnosticeert ‘griep’. “Maar ik voelde me niet grieperig en wilde m’n bed uit, maar had verder nergens zin in. Het idee alleen al dat ik iets moest ondernemen, riep al spanning op. Toch ben ik die eerste dagen wel een paar keer naar buiten geweest, maar telkens liep het fout. Al snel had ik de relatie in de gaten tussen bepaalde plaatsen en de aanvallen. Dus begon ik die plaatsen te mijden. Ik meed het centrum, de drukke straat, de achterkant van de winkels waar het schemerig was. Ook durfde ik niet meer midden in een rij te gaan zitten, later niet meer aan de zijkant van een rij, weer later durfde ik helemaal niet meer naar een bioscoop of theater binnen te gaan. Er was nog maar één veilige plek: thuis.”

Veel meer mensen schijnen dit te hebben, maar wie durft er over te praten? Berry overwint zijn angst om uitgelachen te worden en begint samen met zijn vrouw aan een herstelprogramma. “Met knikkende knieën constateerde ik dat ik buiten stond en dat ik een aanval had gehad zonder naar binnen te vluchten. Vlug weer naar binnen, waar de koffie stond te pruttelen met een gebakje erbij. Het smaakte prima.”

Wetenschappers weten (nog?) niet wat de oorzaak is van agorafobie. Meestal slaat de kwelling toe tussen het 20e en 30e levensjaar, een periode waarin veel veranderingen plaatsvinden en belangrijke keuzes worden gemaakt. Was het leven eerst stabiel, nieuwe verantwoordelijkheden kunnen het evenwicht verstoren.

Sinds dat bezoek aan de bibliotheek loop ik anders over straat. Om me heen vechten mensen tegen hun paniek en niemand heeft het door. Ik zou ze willen helpen.

Onno