24 september. De verjaardag van mijn vader. Beter: de dag waarop mijn vader jarig was. Een dag waarvoor in onze taal geen woord bestaat. Het is een jaar langer geleden dat we zijn verjaardag hebben gevierd. De overledenen raken hun verjaardag kwijt en krijgen hun sterfdag ervoor terug. Geen deal om vrolijk van te worden.

24 september. Een dag die steeds meer van zijn glans verliest. De eerste jaren na het overlijden van mijn vader ging ik bij mijn moeder op bezoek, nu blijft het bij een telefoontje. Mijn moeder vertelt dat de klusjesman er is omdat het plafond van de keuken verzakt. Ze is benieuwd hoe het er onder de schrootjes uitziet en hoopt dat hij niet te veel rommel maakt. “De klusjesman zal wel weten wat hij doet,” zegt ze. “We gaan zo koffiedrinken.” Zonder gebak.

24 september. Mijn moeder heeft geaarzeld of het wel een geschikte dag is om de klusjesman te laten komen. “Maar ik verwacht verder toch geen aanloop en vandaag kwam hem het beste uit. Als het droog blijft, loop ik straks nog even naar de begraafplaats.”  Verder valt er niet veel te zeggen, alleen nog dat het al zoveel jaar geleden is, dat de tijd zo snel gaat. “Fijn dat je hebt gebeld.”

24 september. Ik kan me de sterfdag van mijn vader nog nauwkeurig voor de geest halen, maar wat weet ik nog van zijn verjaardagen?  Het liefst zat hij met zijn jongere broer te schaken. De huiskamer vol visite: gezellig gebabbel, stukjes kaas en worst, glazen die worden volgeschonken.

Vanachter mijn schrijftafel kijk ik uit op de tuin. De hibiscus is bijna uitgebloeid. Het gras moet voor de laatste keer gemaaid. Aan de boom hangen nog een paar peren. Uit niets blijkt dat mijn vader op 24 september jarig was.  

Onno