Aan het eind van de middag meldt Vogelnet dat er pestvogels zijn gespot. Als ik bij de vijver van Emiclaer aankom, staan er al mensen door kijkers en telescopen te turen. Pestvogels hebben een rossig beigebruin verenkleed en een opvallende kuif. Als er ’s winters in de bossen van Noord-Rusland te weinig bessen zijn, komen ze naar Nederland. Vroeger werden ze gezien als boden van onheil, vandaar hun naam.

’s Avonds bezoek ik mijn moeder. Ze is een eind in de tachtig en worstelt met haar gezondheid. De laatste jaren valt het leven haar zwaar. Ik ruim de afwasmachine uit en zet thee, waarna we aan de kruiswoordpuzzel van Trouw beginnen.

Het leven valt mijn moeder zwaar vanwege haar kwakkelende gezondheid, maar vooral omdat mijn broertje zelfmoord heeft gepleegd. Na een scheiding met flinke financiële nevenschade kwam hij in een bungalowpark terecht. Mijn broertje hield van het bourgondische leven, maar kon ook heel zuinig zijn. Binnen een paar jaar was zijn schuld omgezet in een positief banksaldo. Hij werkte bij een bedrijf dat ingewikkelde softwarepakketten verkocht en verdiende goed: elke ochtend reed hij in zijn luxe leaseauto het park uit om klanten door het hele land te bezoeken.

Er valt nog zoveel meer te vertellen. Over dat het leven in een bungalowpark een moeras kan zijn. Of dat sommige mensen een dubbel leven leiden. Ze zijn gelukkig en tegelijkertijd zijn ze dat ook niet.

Het telefoontje over zijn zelfmoord kwam als een volslagen verrassing. Niemand had de pestvogels in zijn omgeving gespot. Dat zorgt tot op de dag van vandaag voor een boel verdriet, niet alleen bij mijn moeder.

Onno