Verspillen

Ik zat lui in m’n stoel toen ik aan de achterkant van m’n rechterbovenbeen een frubbeltje voelde, een zacht bolletje huid dat daar niet thuishoorde.

“Het ziet er onschuldig uit maar ik zou de huisarts er toch even naar laten kijken,” adviseerde mijn vrouw, die medisch onderlegd is.

In mijn hoofd werd het frubbeltje steeds groter. Ik stelde het maken van de afspraak bij de huisarts uit, in de hoop dat ‘het’ vanzelf zou verdwijnen.

Inmiddels was het weekend en onmogelijk om een afspraak te maken bij de huisarts. Dit zorgde voor twee heerlijk onbekommerde dagen. Ik vermeed zorgvuldig aan mijn been te voelen zodat er inderdaad niets aan de hand was.

Tijdens het koffiedrinken op maandagmorgen informeerde mijn vrouw terloops of ik de huisarts al had gebeld. Het zorgenvrije weekend had me moed, energie en daadkracht gegeven. Ik zocht op de iPad het nummer op en belde snel, voor ik me kon bedenken. Helaas was ik iets te druistig te werk gegaan en kreeg ik de receptioniste van een bedrijf voor garagedeuren aan de lijn.

Lang verhaal kort. De volgende dag zat ik in de wachtkamer te wachten. Wat als mijn frubbeltje niet onschuldig was maar juist zorgwekkend of zelfs potentieel fataal? Wat had ik tot nu toe gedaan met mijn leven? Stel dat ik nog een half jaar te leven had, hoe ging ik dat invullen?

De huisarts had maar vijf seconden nodig om haar oordeel te vellen: mijn frubbeltje was familie van de wrat. Volkomen ongevaarlijk. Als ik er last van had, kon ik het laten verwijderen. Fluitje van een cent.

Opgelucht fietste ik naar huis. Ik stuurde m’n vrouw een berichtje en trakteerde mezelf op een appelflap. Het frubbeltje heb ik laten zitten. Het herinnert me eraan dat we onze tijd niet moeten verspillen.

Onno