Afval

Ik werd ’s nachts wakker van een container die omviel. Gelijk daarna drong het geluid van een brommertje tot me door. Ik stond op, keek uit het raam en liep naar buiten om de troep op te ruimen.

Aloud puberplezier: de afvalcontainers die alvast langs de weg zijn gezet omver schoppen en dan snel wegwezen.

Deze puber had er werk van gemaakt want heel wat containers waren knock-out getrapt. Het was me te veel gedoe om ze allemaal overeind te zetten, ik verlangde naar mijn bed, dus ontfermde ik me alleen over onze eigen rommel.

Terwijl ik daarmee bezig was reed een taxi de nachtelijke straat in. Hij stopte een paar huizen verderop. Een lange, magere man met twee koffers in de hand kwam naar buiten en stapte in. De taxi reed weer weg.

Ik kende mijn straatgenoot vaag. Hij had zichzelf een paar maanden geleden opgehangen in het trapgat. De tragedie was me ontgaan omdat we met vakantie waren,  maar naderhand werd ik bijgepraat. Ze hadden twee jonge kindertjes. Zijn vrouw wilde scheiden. De lange, magere man was doodongelukkig en had bij de kerk hulp gezocht, maar ze hadden hem niet kunnen helpen.

Zijn vrouw was nog een paar maanden in het huis blijven wonen. Elke keer dat ze de trap naar zolder nam, zag ze in gedachten haar echtgenoot hangen. Inmiddels was de woning verkocht en waren er nieuwe bewoners ingetrokken. Dit was het signaal voor de lange, magere man om ook te vertrekken, bijna een half jaar nadat hij de hand aan zichzelf had geslagen.

Ik dacht dat ik had gedroomd, maar toen ik de volgende ochtend met de hondjes naar buiten ging zag ik een heleboel omgevallen containers liggen.

Onno