In de Langestraat ligt een vel wit A-4 papier op de grond. Ik raap het op. Het is onmiskenbaar het begin van een verhaal. Als ik klaar ben met lezen stop ik mijn vondst in de binnenzak van m’n jas en wandel verder. Bij De Hof vind ik pagina twee. De Krommestraat. Lieve Vrouwekerkhof. Regelmatig ontdek ik een nieuwe bladzijde. Terug naar de Langestraat. Ik ben razend benieuwd hoe het verder gaat en ga steeds sneller lopen. Muurhuizen. Havik. En dan is het uit. Op de klinkers van de Groenmarkt rust het einde.

Thuis leg ik het verhaal op het bureau. Mijn vrouw roept dat er koffie is. Onder het koffiedrinken vertel ik haar wat ik heb meegemaakt. “Dus er lagen overal pagina’s op de grond?” Ik schrik van de angst in haar ogen. Op hetzelfde moment slaat de paniek toe. Ik spring op en ren naar mijn werkkamer. Het bureaublad is leeg. Misschien is het stapeltje A-4’tjes achter het bureau gevallen. Ik kruip over de grond. Ik mag nu niet aan mezelf gaan twijfelen. Amersfoort bestaat. Ik besta. Ik ben naar de binnenstad gefietst. Ik heb door het centrum gelopen en een verhaal gevonden. Toch?