Voor sommigen mensen is deze stad een hel.

Neem nou Raymond K. Hij wordt de hele tijd door de toren in de gaten gehouden. Als hij bijvoorbeeld op de grond spuwt, moet hij gelijk drie keer “sorry” zeggen. Raymond mag van de toren na tien uur ’s avonds geen tv kijken en oh wee als hij in een winkel teveel wisselgeld krijgt en dit niet aan de verkoopster opbiecht. De toren heeft een vernuftige en wrede manier bedacht om ervoor te zorgen dat Raymond zich aan de regels houdt. Hij dreigt namelijk de overleden dierbaren te straffen. Zij boeten in het hiernamaals voor Raymonds zonden. Dus spuugt hij niet op straat, wacht hij geduldig ook al dringen anderen voor en loopt hij rondjes om de afvalbak als er een stukje appel is gevallen.

Maar de laatste tijd lijkt de macht van de toren te verzwakken. Raymond is verliefd. Hij heeft een meisje ontmoet dat werkt in een handwerkzaak, waarvan ik heb beloofd de locatie niet te verklappen. Het meisje weeft geduldig een kleed waarachter Raymond zich kan verschuilen. Nu kan de toren hem niet meer zien en gelden de regels niet meer. Raymond is in het land van de vrijheid terechtgekomen en hoeft niet meer te vrezen voor het lot van zijn dierbaren.

Onlangs kwam ik hem op straat tegen en het viel me meteen op hoe gelukkig hij was. Hij had een bos rozen in zijn hand. Mijn dag fleurde er van op, maar tegelijkertijd hield ik m’n hart vast. Want wat gebeurt er als zij hem niet meer ziet zitten? Het kleed scheurt en hij is weer in het volle zicht van de toren. En gaat de toren dan wraak nemen?

Maar voorlopig is daar nog geen sprake van. De zon schijnt en voor Raymond is deze stad de hemel.