In plantsoen ‘Noord’ drentelen een man en een vrouw. Schoorvoetend komen ze mijn kant op. De man beweegt zijn mond. Ook de vrouw probeert wat te zeggen, maar hoe ze ook hun best doen, het lukt ze niet om geluid, laat staan woorden, te produceren. Alle twee hebben ze een tiencijferig nummer op de borst geplakt dat begint met 06. Ik toets het nummer in. Het resultaat zijn hoge metaalachtige klanken die doen denken aan de tijd dat er nog faxen bestaan. Ik haal m’n schouders op en loop verder. Even later rijdt een geel busje me voorbij. Dat laadt de man en vrouw in en verdwijnt richting theater Flint.

Een paar dagen lager doen drie meisjes op het stationsplein me aan het stel uit de groenstrook denken. Ook zij hebben een telefoonnummer op de borst. Ze schieten willekeurige voorbijgangers aan, maar worden door iedereen genegeerd. Na ongeveer een half uur geven ze het op en gaan bij de taxistandplaats op een bankje zitten. Ik pak mijn mobieltje. Niet veel later stopt er een geel busje bij de standplaats.

Daarna zie ik geen mensen meer met telefoonnummers op hun borst. Wel zie ik af en toe een geel busjes rijden, maar dat hoeft niets te betekenen. Je hebt bijvoorbeeld ook witte Nissans en rode Mercedessen in het verkeer.

Ik wandel door de stad en passeer een bord waarop ‘park Randenbroek’ staat. Die naam zegt me niets. Op een bankje zitten een jongen en meisje. Ze kijken me verbaasd aan. Iets verderop laat een man zijn hond uit. De man pakt een telefoon en toetst een nummer in.