We hebben de urn met as van Maarten in een nis gezet en deze afgesloten met een plaquette. Van te voren was ik al even op de begraafplaats wezen kijken. Ik vond het urnengedeelte een sombere plek. De lucht was zwaar bewolkt, dat speelde vast ook een rol. Het pleintje bij het urnengedeelte zat vol groene aanslag. Er stond een bankje. Ik kon me niet voorstellen dat iemand op dat bankje zou gaan zitten.

Maarten was een imposante man. Dat is een vriendelijke manier om te zeggen dat een paar kilo’s minder ook wel had gemogen. Bij ons thuis hangen verschillende foto’s waarop hij is te zien. Elke keer dat ik die foto’s zie verbaast het me dat de as van zo’n groot lichaam in zo’n kleine urn past.

De as van Maarten zit in een urn. Maar waar is Maarten gebleven?

Na het vastschroeven van de plaquette ging ik toch maar even op het bankje zitten. Maarten leek tegelijkertijd heel dichtbij en oneindig ver weg.

’s Avonds aten we boerenkool: zijn favoriete maaltijd. Het blijft moeilijk een woord van troost te vinden.