Wij hebben onze schapendoes Warrel laten inslapen. Zij was al blind en doof en een klein beetje dement. Soms stond ze een paar minuten voor zich uit te staren, verkoren in haar eigen wereldje. Maar er waren ook nog genoeg momenten dat ze gelukkig was. Warrel was dol op eten, kwispelde als je thuiskwam en vond het heerlijk om te knuffelen. Ze genoot ervan om buiten tot in den treure overal aan te snuffelen. Een rondje waar je vroeger tien minuten over deed, nam nu al snel een half uur in beslag.

Warrel ging achteruit. Wanneer wordt leed zo groot dat het niet meer opweegt tegen momentjes van geluk? Dat besluit werd ons gelukkig uit handen genomen. Omdat ze steeds minder wandelde, sleten haar nagels niet meer. Het getik op de vloer klonk de hele dag door het huis. Ook ’s nachts bleef ze maar doelloos door de kamer lopen alsof ze op zoek was naar een uitgang en die niet kon vinden. We schrokken op van haar geblaf. Warrel zat met haar kop in een kastje en wist niet meer hoe ze daar uit moest komen. Pas in de wachtkamer van de dierenarts kwam ze weer tot rust. Ze ging op een kussen liggen dat de dierenarts daar had neergelegd. Mijn vrouw en ik hielden het niet droog. Er was een einde gekomen aan haar zoektocht.

Er is een gezegde: overleden schapendoezen spelen aan het einde van de regenboog.

En nu volgt een hele vreemde overgang. Ruim een half jaar geleden maakte mijn jongste broer een einde aan zijn leven. Hij werd gevonden in zijn huisje op het bungalowpark. Maarten en ik verschilden enorm. Hij was ambitieus en voelde zich thuis in de wereld van het bedrijfsleven. Hij snapte niet dat ik genoegen nam met het schrijven van artikelen en stukjes die nauwelijks geld opleveren. Maar broers respecteren elkaar zoals ze zijn.

In tegenstelling tot Warrel heb ik om Maarten nog geen traan gelaten. Ook zes maanden later dringt nog steeds niet tot me door wat er is gebeurd. Ik ken de feiten, maar voel ze niet. Mijn verstand heeft een verdedigingslinie opgebouwd waarachter de pijn schuilgaat.

Laatst betrapte ik me op de volgende gedachte. Of eigenlijk is het meer een beeld: aan het einde van de regenboog liep Warrel kwispelend op Maarten af. Tja, een mens is er een meester in zichzelf voor de gek te houden.

Er komt vast een moment dat de verdedigingslinie breekt. Dat het verdriet me overspoelt en ik de werkelijkheid onder ogen zie.

Aan het einde van de regenboog spelen immers alleen maar dode schapendoezen.