Een klassiek concert is een eiland van rust in een razend drukke wereld. Mijn voorkeur gaat uit naar een liedrecital. Schubert, Mahler, Wolf, Wagner … ik vind het allemaal prachtig.

Onderweg ernaartoe spoken de dagelijkse beslommeringen nog door mijn hoofd. Verdorie, ik ben vergeten een klant te bellen. Ik moet een deadline halen en heb ik nou die spellingsfout verwijderd of niet? Maar eenmaal in de concertzaal gaat de storm langzaam liggen. De wind trekt nog even aan, maar daar betreedt de sopraan al het podium. De eerste pianoklanken klinken. Muziek en zang voeren me mee.

In de pauze is er tijd voor een kopje koffie. Om me heen worden indrukken en ervaringen uitgewisseld.

Na de onderbreking is het concert nog mooier. Ik slik een brok weg.  Er valt een diepe stilte als de laatste noot is verklonken, daarna een daverend applaus. Staande trachten we de  sopraan tot een toegift te bewegen. Terwijl wij nog staan te klappen, verlaten de eerste bezoekers gehaast de zaal. De oppas wacht. Ze moeten de trein halen of hebben geen zin om in de rij bij de garderobe te staan.

Nog een laatste speels a-capella gezongen volksliedje en dan zit het concert er op. Ik overweeg nog wat te blijven drinken, maar bevind me tien minuten later toch alweer op volle zee. Ik moet een deadline halen. En heb ik nou die spellingsfout verwijderd of niet?